De stadsgevangenis Hoogvliet staat op een neutraal terrein in een uitbreidingswijk van de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet. Het uitzonderlijke programma is het gevolg van het regeringsbeleid om de overlastgevende criminaliteit in de grote steden terug te dringen. In de stadsgevangenis is sprake van drie regimes voor gestraften. In het Huis van Bewaring met 120 cellen bestaat de mogelijkheid om daders van lichte vergrijpen kort na arrestatie te berechten en de straf van maximaal drie maanden direct ten uitvoer te brengen. Binnen dit sobere regime verrichten de gestraften geringe arbeid en brengen ze relatief veel tijd door op cel. In de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden met 72 plaatsen wordt aan drugsverslaafden die bij herhaling misdrijven plegen, een rehabilitatieprogramma van twee jaar opgelegd. De laatste afdeling kent twee regimes: een gesloten inrichting met 48 plaatsen en een halfopen inrichting met 24 plaatsen waar arbeid buiten de gevangenis wordt verricht. De combinatie van regimes met een gescheiden logistiek stelt hoge eisen aan de organisatie van het ontwerp.
De hoofdopzet van de gevangenis gaat uit van een doorlopende ommuring met daarbinnen een kruisvormige begane grond waardoor vier hoven ontstaan, een transporthof en luchtplaatsen voor de drie regimes. Het entreegebouw met de kantoren is de enige plaats waar het complex buiten de muur treedt. Hier zijn de toegangen voor bezoekers, personeel en transport geconcentreerd. Op de begane grond van het gevangeniscomplex zijn alle voorzieningen voor arbeid, activiteiten, bezoek, diensten en opslag ondergebracht. Bij het langgerekte drielaagse hoofdgebouw zijn dit ondermeer de ruimten voor de dagbesteding; door entree- en bezoekgedeelte en de centrale controlepost in het midden te plaatsen blijven deze per afdeling strikt gescheiden. Aan de overzijde van de entree ligt het paviljoen met sportvoorzieningen.
Alle cellen bevinden zich op de twee bovenverdiepingen van het hoofdgebouw waarbij de cellen van de halfopeninrichting als één blok in de gesloten inrichting zijn geschoven. Dit principe is in de vormgeving van het gebouw zichtbaar gemaakt.
Vanaf straatniveau wordt het beeld van de gevangenis bepaald door de vijf meter hoge muur die van oranjekleurig beton en corten-staal is gemaakt en licht achteroverleunt, waardoor hij refereert aan een vestingmuur. Van veraf wordt de hoofdmassa zichtbaar die net als de bijgebouwen uit donker metselwerk is opgetrokken en is voorzien van grote beeldbepalende glazen daklichten.