Bij het Sluishuis is het allereerst de locatie van het gebouw die imponeert. Het rijst loodrecht uit het water op, een effect dat nog wordt versterkt doordat het water deels het volume binnendringt.
Het gebouw heeft een zwaar programma met uiteenlopende woningtypen en voorzieningen, waarin tegelijkertijd ook de sleutel schuilt tot het succes van het gebouw als centrum en als katalysator van het sociale leven. De structuur van het gebouw is zó flexibel dat zij veel veranderingen van functie en bewoning aankan.
Het volume is in een richting doorgesneden en tegelijk uitgehold. Uit deze twee ingrepen is een massaopbouw ontstaan van schijven en torentjes met een binnenplein, van waaruit de aanwezigheid van het weidse water waarneembaar wordt en waar de zon steeds op wisselende wijze in kan vallen. In alle vier zijden zijn poorten naar de buitenwereld aangebracht. De binnenhof van het Sluishuis wordt omsloten door een arcade met daarboven een ring van twee verdiepinghoge, aaneengesloten glazen erkers die de ruimte krachtig definiëren. De voorzieningen aan het plein bieden, met hun volledig glazen gevels, een doorzicht op het IJ, zodat het plein als het ware doorloopt tot aan het water. Hoge den-achtige bomen vormen een lichtdoorlatend, transparant dak.
Wanneer men het gebouw nadert en vervolgens passeert of betreedt, wordt er een reeks van wisselende indrukken opgedaan, terwijl de hoofdmassa toch altijd waarneembaar blijft. Door de inzet van contrasterende materialen zullen de gevels gelijktijdig licht en zwaar ogen.